logo politiek delft
home | mission statement | archief | links | contact | english | GR2010 |


donderdag | 26 augustus 2010 | 04:30 |
ABSOLUUT GEEN KLEUTERTJE LUISTER ...

GONDELAFFAIRE - Claim van € 565.000,00 in geding, voorwaar geen kinderspel. Wijselijk heeft Martin Stoelinga het verslag dan ook niet ondertekend. hfvh


delft gondel_2004-08-16%20@17-19-52_gondel_.jpg
Delft, Oude Delft.
16 augustus 2004 - VVD-ers Christiaan Baljé en Bas Verkerk samen in de boot.

VERTROUWELIJK: Verslag gesprek tussen dhr.Stoelinga en Wethouders Vokurka en Bolten
Datum: 30 juni 2010
Aanwezlg: Dhr. Stoelinga, Dhr. Meuleman, Dhr. Vokurka, Mevr. Bolten en Dhr. Van der Jagt (verslag)

De heer Vokurka opent het gesprek. Hij licht toe dat net als van het gesprek van 9 juni, een verslag gemaakt wordt. Hij stelt voor om ook dit verslag te laten ondertekenen door alle deelnemers aan het gesprek. Alle aanwezigen zijn het hier mee eens.

De ontwikkeling dat de heer Baljé in cassatie is gegaan wordt besproken. De heer Stoelinga legt uit dat de uitspraak over cassatie naar verwachting nog twee jaar zal duren. Na die twee jaar als de heer Baljé in het gelijk wordt gesteld, zal het hof weer een nieuwe uitspraak moeten doen.

Mevrouw Bolten legt uit, dat het college van mening is dat de zaak te snel juridisch is geworden waar eerst de politieke weg bewandelen meer zuiver was geweest. De heer Stoelinga is het hier niet mee eens en zegt dat hij politiek via verschillende ingangen de zaak aanhangig heeft gemaakt. Toen daar naar zijn mening onvoldoende op gehandeld werd, heeft hij aangifte gedaan bij de politie. De politieke weg in de raad was voor hem onvoldoende optie, omdat in die tijd er in de raad een negatieve sfeer hing rond zijn persoon. Dit wordt bevestigd door de heer Meuleman en hij geeft verder aan dat in de volgordelijkheid de kwestie eerst in de publiciteit is gekomen, daarna is pas onderzoek gedaan. Dit onderzoek werd gepresenteerd in de raad op een moment dat de heer Baljé al ontslag had genomen,
Mevrouw Bolten legt uit dat de keuze voor Juridisering in plaats van de politieke weg, indirect een belangrijk oorzaak kan zijn van de ongelijkheid tussen de beide bestuursorganen aan het begin van de juridische procedure zoals in het eerste gesprek van 9 juni is besproken. Om de zaak af te sluiten is het wellicht mogelijk dat gekeken wordt naar het opheffen van de ongelijkheid door de heer Stoelinga eenzelfde bedrag uit te keren als de heer Baljé gekregen heeft. Dit laatste is in lijn met de samenhangende passage in het gespreksverslag van 9 juni over de kern van de claim. De heer Stoelinga antwoordt nu dat dit bedrag hem niets doet. Hij wil een vergoeding voor de ellende die door het proces is ontstaan. Mevrouw Bolten geeft aan dat de gemeente in hetjuridische proces geen partij is geweest. Uit de stukken die door het WOB verzoek openbaar zijn geworden, blijkt volgens haar duidelijk dat er sprake is van een rechtszaak tussen alleen hem en de heer Stoelinga. De heer Vokurka voegt toe dat gebleken is dat Achmea de heer Stoelinga heeft vergoed, in tegenstelling tot berichten uit het gesprek van 9 juni. De heer Stoelinga zegt dat dit klopt maar dat hij hier twee jaar op heeft moeten wachten.

Mevrouw Bolten vraagt de heer Stoelinga om het mogelijke bod, om de financiele ondersteuning voor juridische hulp gelijk te trekken voor een bedrag van rond € 17.000,-. te bespreken met zijn advocaat en daarna in contact te treden met de advocaat van de gemeente. De heer Vokurka benadrukt dat het tijdens de twee gesprekken die gevoerd zijn met de heer Stoelinga duidelijk is geweest dat als beiden er niet uit zouden komen, het een juridische zaak zou worden. Mevrouw Bolten spreekt de hoop uit dat de juridische zaak niet ten koste zal gaan het persoonlijk leven en de gezinnen van de betrokkenen. De heer Meuleman ondersteunt dit. Ook de heer Vokurka ondersteunt de oproep van mevrouw Bolten om het zakelijk te houden en niet persoonlijk te maken.

Over de volgende stap zegt de heer Vokurka dat het college zal komen met een schrijven waarin de claim weerlegd wordt. Als afslenterde opmerking geeft de heer Vokurka aan dat het verslag, gezien de vakantieperiode snel ondertekend moet worden. Dit zal op dezelfde wijze gebeuren als ondertekening van het vorige verslag.

Voor akkoord met de inhoud van het verslag:
delft martin_stoelinga_20100826_verslag_30juni2010_2.jpg